HomeNieuws NieuwsbrievenNieuwsbrief september 2011

Nieuwsbrief september 2011

Middels deze nieuwsbrief brengen wij u graag op de hoogte van een aantal wijzigingen en aandachtspunten op het gebied van personeel en salarisadministratie. Deze nieuwsbrief is slechts een greep uit een groot aantal wijzigingen die er aan zitten te komen en onder andere zijn gepresenteerd op Prinsjesdag.

In deze nieuwsbrief treft u de volgende onderwerpen aan;
  1. Vitaliteitspakket
  2. Uitbreiding Vermindering Onderwijs
  3. Maatregelen 30% regeling
  4. Aanpassing vermindering Speur-en Ontwikkelingswerk
  5. Wijzigingen auto van de Zaak
  6. Wijzigingen bestelauto
  7. Diversen

De voorstellen hebben een beoogde ingangsdatum van 1 januari 2012, tenzij expliciet een andere datum wordt vermeld..

1.Vitaliteitspakket
Om de arbeidsparticipatie te bevorderen is het 'vitaliteitspakket' voorgesteld.

Dit pakket kent de volgende maatregelen:

Vervanging arbeidskorting ouderen en doorwerkbonus door werkbonus
De huidige inkomensafhankelijke additionele arbeidskorting voor werknemers die 58 jaar of ouder zijn komt te vervallen.

Met ingang van 1 januari 2013 komt er één werkbonus voor werknemers die aan het begin van het kalenderjaar ouder zijn dan 61 jaar. De werkbonus bedraagt maximaal € 3.000 en is, meer dan onder de huidige regelingen, gericht op oudere werknemers met lage inkomens.
De doorwerkbonus voor werknemers van 62 jaar of ouder zal met ingang van 1 januari 2013 worden afgeschaft. Voorgesteld wordt om de percentages van de doorwerkbonus in 2012 als volgt te wijzigen:

2011 2012 2013: recht op
werkbonus?
Het jaar dat men 62 wordt 5% 1,5% ja
Het jaar dat men 63 wordt 7% 6% ja
Het jaar dat men 64 wordt 10% 8,5% ja
Het jaar dat men 65 wordt 2% 2% ja
Het jaar dat men 66 wordt 2% 2% ja
Het jaar dat men 67 wordt 1% 1% ja


Introductie vitaliteitssparen
Het kabinet stelt met ingang van 1 januari 2013 een nieuwe spaarfaciliteit voor: het vitaliteitssparen. In tegenstelling tot de huidige levensloop- en spaarloonregeling is vitaliteitssparen een regeling in de inkomstenbelasting. De reikwijdte van deze regeling betreft alle belastingplichtigen met inkomen uit tegenwoordige arbeid (werknemers, ondernemers en resultaatgenieters).

Volgens het kabinet is vitaliteitssparen geschikt voor situaties van (tijdelijke) inkomensachteruitgang. De voorbeelden die worden genoemd zijn: zorgverlof, studie, demotie, start van een eigen onderneming of een tijdelijke omzetdaling bij een zzp'er. De stortingen op een vitaliteitsrekening zullen fiscaal aftrekbaar zijn in box 1. Er wordt pas belasting geheven bij opname van het tegoed. Dit betreft een heffing door middel van inhouding tegen een vast tarief van 42%. De aftrekpost zal gaan leiden tot het indienen van extra aangiften inkomstenbelasting. Daarnaast wordt het (forfaitair) rendement over het opgebouwde tegoed niet belast in box 3.

Het maximaal fiscaal gefaciliteerd op te bouwen vermogen mag in totaal € 20.000 (bruto) bedragen. Naast deze grens zal een jaarlijks aftrekbare maximuminleg van € 5.000 gaan gelden.

Er zullen geen beperkingen gelden voor de bestedingsdoelen, zoals bij de levensloop- en spaarloonregeling wel het geval is. Tot en met het jaar waarin de deelnemer de 61-jarige leeftijd bereikt, zijn er ook geen beperkingen voor het op te nemen bedrag.

De enige opnamebeperking zal zijn dat vanaf het jaar waarin de deelnemer de 62-jarige leeftijd bereikt, jaarlijks maximaal een bedrag van € 10.000 mag worden opgenomen. De achterliggende gedachte is de bevordering van deeltijdpensioen en de beperking van vroegtijdig voltijdpensioen. Dit is in lijn met afspraken hierover in het regeerakkoord om eerder stoppen met werken niet fiscaal te stimuleren. De opname van het tegoed moet uiterlijk plaatsvinden voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd.

Afschaffing levensloopregeling per 2012
De levensloopregeling wordt afgeschaft.
De levensloopregeling wordt vanaf 2012 nog opengehouden voor deelnemers die op 31 december 2011 een positief saldo op hun levensloopregeling hebben staan. Vanaf 1 januari 2013 blijft de levensloopregeling alleen gelden voor deelnemers die voor 1 januari 2013 de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt. Voor de overige deelnemers wordt het opgebouwde spaartegoed in één keer uitbetaald (na inhouding van loonbelasting en verrekening van de levensloopkorting). De deelnemers kunnen ook hun volledige levenslooptegoed geruisloos omzetten in vitaliteitssparen. Het is niet toegestaan tegelijkertijd aan beide regelingen deel te nemen.

Afschaffing spaarloonregeling per 2012
Ter financiering voor het vitaliteitspakket en de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting van 6% naar 2% wordt de spaarloonregeling afgeschaft. Daarmee vervalt dus ook de eindheffing van 25% ten laste van de werkgever. Deelnemers aan de spaarloonreling kunnen in 2013 hun tegoed fiscaal vrijgesteld opnemen of laten staan.

2. Uitbreiding afdrachtvermindering onderwijs
Bepaalde varianten van de afdrachtvermindering onderwijs worden ook toegekend aan inhoudingsplichtigen die een persoon in dienst nemen die elders in de EU of EER een opleiding volgt die vergelijkbaar is met de Nederlandse opleiding die kwalificeert voor de afdrachtvermindering onderwijs. De inhoudingsplichtige moet beschikken over een verklaring van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

3. Maatregelen 30%-regeling
De 30%-regeling is een fiscale faciliteit voor werknemers die vanuit het buitenland naar Nederland komen en over een specifieke deskundigheid beschikken die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt. De extra kosten van het verblijf buiten het land van herkomst (extraterritoriale kosten) mogen aan deze ingekomen werknemers onbelast worden vergoed. Deze vergoeding mag echter ook forfaitair worden vastgesteld op 30% van het loon. Aangezien hierdoor slechts 70% van het loon in de heffing wordt betrokken, ontstaat een belastingvoordeel.

Het belastingplan stelt drie belangrijke wijzigingen voor met betrekking tot de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de 30%-regeling

1. Het specifiekedeskundigheidscriterium
De belangrijkste voorwaarde is dat de ingekomen werknemer beschikt over een specifieke deskundigheid die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt. Onder de huidige regeling wordt dit getoetst op basis van feiten en omstandigheden. Van belang zijnde factoren zijn onder andere de opleiding en werkervaring. In de nieuwe regeling wordt een salarisnorm geïntroduceerd: een ingekomen werknemer zal alleen kwalificeren voor de regeling wanneer het fiscale loon – dus exclusief de onbelaste 30%-vergoeding – ten minste € 50.619 bruto per jaar bedraagt. Deze norm is gekoppeld aan de kennismigrantenregeling voor het verkrijgen van een werkvergunning. Het betreft hier de salarisnorm voor de categorie werknemers van 30 jaar en ouder.

Promovendi aan Nederlandse en buitenlandse universiteiten die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt en na hun promotieonderzoek in Nederland blijven of gaan werken, komen voortaan in aanmerking voor de regeling. Momenteel kwalificeren zij vaak niet als ingekomen werknemer, omdat zij al in Nederland woonachtig waren op het moment van indiensttreding. Voor deze groep wordt een verlaagde salarisnorm gehanteerd (een fiscaal jaarloon van ten minste € 26.605).

2. Uitbreiding van de kortingsregeling
De 30%-regeling wordt toegekend voor de periode van 10 jaar. Indien een ingekomen werknemer eerder in Nederland heeft verbleven of is tewerkgesteld, worden deze eerdere perioden gekort op de toekenningsduur. Onder de huidige regeling wordt voor deze kortingsregeling een toetsperiode van 10 jaar gehanteerd. Perioden van verblijf of tewerkstelling die meer dan 10 jaar geleden zijn geëindigd, worden in beginsel niet in aanmerking genomen. In de nieuwe regeling wordt de toetsperiode verlengd tot 25 jaar. Deze wijziging is voornamelijk van belang voor Nederlanders, omdat zij doorgaans niet langer dan 25 jaar buiten Nederland hebben gewoond en gewerkt.

3. Grensarbeiders uitgesloten van de 30%-regeling
Werknemers die woonachtig zijn binnen een straal van 150 kilometer van de Nederlandse grens komen niet langer in aanmerking voor de 30%-regeling. Deze nieuwe toets wordt geïntroduceerd om verdringing van Nederlanders op de arbeidsmarkt in de grensstreek tegen te gaan.

De uitsluiting van grensarbeiders is van belang voor werknemers uit België en de grensstreek van Duitsland, omdat zij niet langer in aanmerking komen voor de regeling.

Overgangsregeling
Reeds afgegeven 30%-regelingen zullen in beginsel worden geëerbiedigd. De huidige regelgeving biedt de inspecteur met ingang van het zesde jaar van de looptijd echter wel de mogelijkheid de inhoudingsplichtige te verzoeken aannemelijk te maken dat de werknemer nog steeds moet worden aangemerkt als ingekomen werknemer in de zin van de 30%-regeling. Als dat toetsmoment na 1 januari 2012 is gelegen, gelden wel de nieuwe voorwaarden voor de specifieke deskundigheid. Ook geldt dan tevens de voorwaarde dat de werknemer op het moment van indiensttreding niet woonachtig mag zijn geweest binnen een straal van 150 kilometer van de Nederlandse grens. Werknemers die de 30%-regeling op 1 januari 2012 echter al langer dan vijf jaar toepassen, zijn dit toetsmoment al gepasseerd en zullen voor de resterende looptijd recht houden op de 30%-regeling. De vastgestelde looptijd van een voor 1 januari 2012 afgegeven 30%-beschikking zal na 1 januari 2012 niet op grond van de nieuwe regelgeving worden bijgesteld. De verruimde kortingsregeling gaat dus alleen gelden voor nieuwe gevallen.

4. Aanpassing afdrachtvermindering S&O: verlaging loongrens eerste schijf
De loongrens in de eerste schijf wordt (alleen voor het jaar 2012) verlaagd naar € 110.000 (2011: € 150.000).

Daarnaast wordt het percentage in de eerste schijf in 2012 verlaagd naar 42% (2011: 45%). Voor starters is het percentage in de eerste schijf 60. Het maximumbedrag aan S&O-vermindering wordt voor 2012 verhoogd naar € 14 miljoen (2011: € 8,5 miljoen).

5. Auto van de Zaak

De Wet uitwerking autobrief
Een van de speerpunten van het kabinet is de fiscale stimulering van de aanschaf en het gebruik van zuinige auto’s. Als sprake is van een auto van de zaak leidt het rijden in een zuinige auto tot een fiscaal lagere bijtelling voor privégebruik in de sfeer van de loon- en inkomstenbelasting. De stimulerende maatregelen zijn echter zo succesvol dat de overheid veel belastinginkomsten misloopt.

Om enerzijds een gat in de begroting te voorkomen en anderzijds aan te sluiten bij het oorspronkelijke doel dat alleen de echt zuinige auto’s worden gestimuleerd, wenst het kabinet zijn fiscale stimuleringsbeleid per 1 juli 2012 aan te scherpen.

Bijtelling auto van de zaak
De bijtelling op basis van CO2-uitstoot zal in de jaren vanaf 1 juli 2012 tot en met 2015 als volgt worden aangepast:
   Benzine (gram CO2/km) Diesel (gram CO2/km)
1 juli 2012:
14% bijtelling
20% bijtelling
25% bijtelling

< 103
103-132
> 132

< 92
92-114
> 114
1 januari 2013:
14% bijtelling
20% bijtelling
25% bijtelling

< 96
96-124
> 124

< 89
89-112
> 112
1 januari 2014: 14% bijtelling
20% bijtelling
25% bijtelling

< 89
89-117
> 117

< 86
86-111
> 111
1 januari 2015:
14% bijtelling
20% bijtelling
25% bijtelling

< 83
83-110
> 110

< 83
83-110
> 110


Voor auto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km geldt vanaf 1 januari 2012 tot en met 2015 een nihiltarief voor de bijtelling. Een auto die in de periode tot 31 december 2015 op kenteken wordt gezet en die dan kwalificeert voor de nihilbijtelling, behoudt deze nihil-bijtelling voor een periode van 60 maanden. Voor nulemissieauto’s die al voor 1 januari 2012 zijn aangeschaft wordt de nihilbijtelling uitgebreid tot en met 2016.

6. Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’s
De werknemer aan wie een bestelauto als bedoeld in de BPM ter beschikking is gesteld die niet voor privédoeleinden wordt gebruikt, kan met ingang van 1 januari 2012 verzoeken om een 'Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto'. Het verzoek daartoe wordt door de werknemer via de inhoudingsplichtige aan de inspecteur gedaan. Wanneer de werknemer de bestelauto wel voor privédoeleinden gaat gebruiken, dan moet hij via de inhoudingsplichtige de verklaring bij de inspecteur intrekken. Vermoedt de inhoudingsplichtige privégebruik van de bestelauto, dan informeert hij de inspecteur. Er zullen nog regels worden gesteld in welke gevallen werknemer en inhoudingsplichtige zijn gehouden de inspecteur te informeren.

De Belastingdienst zal onder meer aan de hand van camerabeelden toezicht houden. Als de inspecteur een vermoeden heeft van privégebruik van de bestelauto, kan hij de werknemer en de inhoudingsplichtige vragen aan te tonen dat de betreffende rit zakelijk was. Slagen zij daar niet in, dan wordt aan de werknemer een naheffingsaanslag loonheffingen opgelegd. Deze aanslag wordt opgelegd aan de inhoudingsplichtige indien deze weet dat de werknemer de bestelauto voor privédoeleinden gebruikt en wanneer de inhoudingsplichtige niet direct meldt dat de werknemer de verklaring nog niet heeft ingetrokken.

7. Diversen

Loon in, loon over

De tijdelijke ‘loon over-regeling' wordt omgezet in een structurele regeling. Op basis van deze regeling kan loon dat in 2012 wordt betaald maar dat betrekking heeft op al verstreken loontijdvakken, binnen het kalenderjaar 2012 worden toegerekend aan het tijdvak van uitbetaling. Voorwaarde is dat door inhoudingsplichtigen een bestendige gedragslijn wordt gevolgd.

Informatieverplichting Verklaring geen privégebruik auto
Het kabinet heeft voorgesteld om het niet nakomen van de informatieverplichting bij onder andere de Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto en de Verklaring geen privégebruik auto te kunnen beboeten met een vergrijpboete van maximaal 100% van de onterecht niet-geheven loonheffing.

Werkkostenregeling
In het Belastingplan 2012 worden geen wijzigingen voorgesteld voor de werkkostenregeling. In het najaar komt een eerste evaluatie. Mogelijk vinden naar aanleiding hiervan nog aanpassingen plaats aan de werkkostenregeling. Deze zullen worden verwerkt in het Belastingplan 2013.

Wet uniformering loonbegrip
De invoering van de Wet uniformering loonbegrip is om technische redenen uitgesteld tot 1 januari 2013. Vooralsnog zijn geen wijzigingen beoogd.

Verruiming vrijwilligersregeling
Voorgesteld wordt om de kring van instellingen waarop de vrijwilligersregeling van toepassing is in de Wet op de loonbelasting 1964 te verruimen. Met ingang van 1 januari 2012 is de vrijwilligersregeling van toepassing op alle algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s), ook als deze zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting. De vrijwilligers die niet meer dan € 150 per maand en € 1.500 per kalenderjaar ontvangen, zijn dan niet in dienstbetrekking bij de ANBI.

Hogere WGA-premie grote werkgevers in 2012
Grote werkgevers die bij UWV verzekerd zijn voor de Regeling werkhervatting arbeidsgeschikten (WGA) moeten volgend jaar rekening houden met een verhoging van de minimale gedifferentieerde WGA-premie van 0,07% naar 0,13%. Voor kleine werkgevers daalt de minimumpremie in 2012 van 0,56% naar 0,48%. Dat blijkt uit de premiepercentages die UWV op 1 september heeft gepubliceerd.
In 2012 bent u een grote werkgever als het totaal van de premielonen in 2010 – twee kalenderjaren vóór het premiejaar 2012 – meer bedroeg dan € 755.000.

Risico bepaalt premiehoogte
De gedifferentieerde WGA-premie die u in 2012 moet afdragen, hangt af van het arbeidsongeschiktheidsrisico in uw organisatie. Is de kans op instroom in de WGA groot, dan betaalt u een opslag op de gemiddelde WGA-premie. Is de kans op arbeidsongeschiktheid zeer klein, dan krijgt u een korting. De Belastingdienst stuurt u een beschikking met de gedifferentieerde WGA-premie voor uw organisatie in 2012.

Nieuwe tarieven Belasting/Premie Volksverzekeringen 2012

Bij een belastbaar loon van meer dan Maar niet meer dan Tarief 2012
- € 18.945 33,1%
€ 18.945 € 33.863 41,95%
€ 33.863 € 56.491 42%
€ 56.491 - 52%

Heffingskortingen
  • De algemene heffingskorting wordt € 2033 (2011: € 1987).
  • De arbeidskorting wordt maximaal € 1531 (2011: € 1505).
  • De aanvullende combinatiekorting wordt € 1024 (2011: € 780).
  • De inkomensafhankelijke aanvullende combinatiekorting wordt € 1109 (2011: € 1091).
  • De alleenstaande-ouderkorting wordt € 947 (2011: € 931).
  • De ouderenkorting wordt € 762 (2011: € 739).
  • De alleenstaande ouderenkorting wordt € 429 (2011: € 421).

Disclaimer:
De inhoud van deze nieuwsbrief is informatief en vormt geen advies. Deze nieuwsbrief is met uiterste zorg samengesteld. Echter Salarisadministratie en Personeelsadvies K.A.P. B.V. aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden, typefouten, onvolledigheden of gevolgen (door handelen of nalaten) daarvan.
 

Nieuwsbrief

december 2011 is uit.

In deze nieuwsbrief oa aan- dacht voor geschenken- regeling, auto van de zaak, bonussen en 13e maand, levensloop/vitaliteitsregeling, producten uit eigen bedrijf, personeelsleningen, kleine banenregeling, werkkosten- regeling, premies sociale verzekeringen 2012, en nog veel meer......

lees-meer

Minimumlonen 2012

Het wettelijk minimumloon 2012 en de minimumjeugd- lonen zijn bekend.

De stijging ten opzichte van de laatste verhoging van het minimumloon op 1 juli 2011 bedraagt 0,79%.

lees-meer

Spaarloonregeling

De spaarloonregeling komt per 1-1-2012 te vervallen. Daarvoor in de plaats komt de vitaliteitsregeling.

Het is de bedoeling dat medewerkers via deze regeling kunnen sparen voor scholing en het opbouwen van een financiële buffer voor perioden dat het inkomen lager uitvalt.

lees-meer

Onze klanten

Kap Trechsel


kap-en-bertha


Reacties van klanten

Sinds enige tijd laat ik mijn complete administratie doen door K.A.P. BV. Ik ben daar uitermate tevreden over. K.A.P. staat voor Kwaliteit Accuraat Persoonlijk en dat is precies wat je bij hun krijgt. Super!

Lammert Schoonewille
Aktieprint.nl

Spaarloonregeling vervalt

spaarloonregelingDe spaarloonregeling komt per 1-1-2012 te vervallen. Daarvoor in de plaats komt de vitaliteitsregeling. Hoe de nieuwe vitaliteitsregeling er precies uit komt te zien, is nog onbekend.
lees-meer

Wie zijn wij?

wie-zijn-wijSalarisadministratie & Personeelsadvies K.A.P. BV is gespecialiseerd in het verzorgen van salarisadministraties voor alle branches.

lees-meer

Prinsjesdag 2011

prinsjesdagDe plannen van het kabinet voor 2012 zijn bekend. Wat betekenen deze plannen voor u als ondernemer? De financiële lasten voor het bedrijfsleven gaan sinds lange tijd weer omhoog.
lees-meer